nijverheid
In 1830 legde Gerrit Jan ten Cate de fundamenten van een fabriek, die in de vijftiger jaren werk bood aan zo´n 700 mensen. Wasgoed te bleken leggen om het mooi wit te maken gebeurde van toen af aan de oevers van de Berkel bij de ´Stoombleekerij Eybergen´. In plaats van het loog uit as van dennenhout, gebruikte Ten Cate een chemisch bleekmiddel, maar verder verschilde het proces niet. Grauwgekleurd linnen en katoen werden op het grasveld uitgespreid en meermalen per dag natgemaakt met water en ´bleek´. Het beste resultaat werd verkregen als de zon scheen of nog beter als er ook nog sneeuw lag. Dan werd de stof pas echt helderwit.
fabrieken
Ten Cate hield zich ook bezig met het veredelen en bedrukken van stoffen. In het begin gebeurde dat met stempels en blauwe kleurstof, het ´blauwverven´. In 2006 ging ook de Koninklijke Textiel Verdelingsindustrie ter ziele.
De Belgische fabrikant Bouquié ontketende in 1834 een plaatselijke industriële revolutie. Bouquié wilde zijn Amsterdamse klanten stoffen blijven leveren, vond in Eibergen goede wevers en stichtte een calicotweverij (calicot is een linnenachtige katoensoort) aan de Haaksbergseweg. In de gloriejaren verschafte deze weverij werk aan zo´n 150 wevers. Het aantal thuiswevers was in die tijd nog veel groter. Bouquié stierf echter al elf jaar later en de weefgetouwen en andere inboedel werden verkocht aan Gelderman in Oldenzaal, waarna de textielindustrie in Twente een hoge vlucht nam.
Stoomblekerij H.J. Ten Cate
in 1865. Op de voorgrond de
bleekvelden en de beek