Eibergse schrijvers
De criticus, essayist, recensent, publicist en denker Menno ter Braak werd in 1902 in Eibergen geboren als zoon van huisarts H. ter Braak en G. Huizinga. Literaire kwaliteiten had hij al vroeg: op de lagere school schreef hij al graag opstellen en gedichtjes. Buiten schooltijd was hij regelmatig aan de overkant te vinden in het huis van zijn tante Betsy, waar nu Museum de Scheper is. Na twee jaar ULO in Winterswijk ging Menno naar het gymnasium van de Latijnse school in Tiel. Hij was geen vlijtige leerling, hij had meer belangstelling voor viool en piano spelen, dans en toneel.
Hij studeerde hij Geschiedenis en Nederlands aan de Gemeenteuniversiteit in Amsterdam, nu de universiteit van Amsterdam. Daar sloot hij vriendschap met Edouard du Perron en werd hij redacteur van universiteitsblad Propria Cures. In 1928 promoveerde hij met een dissertatie over keizer Otto III (980-1002).
In 1933 trouwde hij met domineesdochter Antje Faber. In datzelfde jaar gaf hij zijn baan op als leraar Nederlands en geschiedenis aan het Rotterdams Lyceum en werd hij redacteur van het liberale Haagse dagblad Het Vaderland. Ter Braak was een van de oprichters van het literair tijdschrift Forum en van de Filmliga. Hij schreef vooral essays en recensies over film, literatuur en toneel. Als criticus verwierf hij internationale faam en dat uitte zich ook in zijn vriendschap met Thomas Mann en André Malraux.
In 1936 werkte hij mee aan de oprichting van de antifascistische beweging ‘Comité van Waakzaamheid van Anti-Nationaal-Socialistisch Intellectuelen’. Zijn vernietigende stellingname tegen Hitler en consorten leverde hem een berisping op wegens het beledigen van ‘een bevriend staatshoofd’. Menno ter Braak kon het niet verkroppen dat de Duitsers ons land bezetten en hij daardoor in zijn onafhankelijk denken zou worden beknot. Op 15 mei 1940 pleegde hij zelfmoord.
Zijn werk ligt in Museum de Scheper. De film ‘Politicus zonder partij’ geeft een beeld van deze beroemde Eibergenaar.Ter Braak schreef vooral kritische beschouwingen over politiek, cultuur, literatuur en kunst. Biograaf Léon Hanssen noemde hem in ‘Leven in geleende tijd’ “een van de erflaters van de Nederlandse beschaving in de twintigste eeuw”. Hanssen’s tweedelige biografie ‘Want alle verlies is winst’ (2000, uitgeverij Balans) en ‘Sterven als een polemist’ (2001) werd om historische en literaire redenen geprezen.
Menno ter Braak