dagelijks leven
Tot in de 20e eeuw liep het gros van de Eibergse bevolking in klederdracht. De mannen gingen gekleed in een gestreept boezeroen, een klapbroek en ‘s winters een duffelse jas en op hun hoofd hadden ze een glanzend zwart petje met een knoop in het midden. Iedereen liep op klompen. Vrouwen droegen een jak, een rok en tenminste twee onderrokken en altijd een schort. Het hoofd was altijd bedekt, binnenshuis met een kapje van glanzend zwart katoen, buitenshuis hoorde daar een knipmuts van kant of een keukenmuts bij.

Dames van stand zetten daar bovenop nog een zwarte hoed met struisveren, een zogenoemde kapot. Vrijwel alle kleding werd handgemaakt, waarbij het mutsen maken een vak apart was.
kleding
terug naar collectie
startpagina
de Scheper
de Vuurrever
collectie
exposities
activiteiten
educatie
organisatie
contact

links